Home

Anne-Goaitske schrijft of ze erbij was. En u. Daar en toen. Het is of je mee bladert in het geheugen van de jongens die zich, net uit de Friese klei getrokken, opeens aan de Zuidpool bevonden, op schepen vol blubber, in zeeën van walvisbloed. Zo ver weg en toch nog zo dichtbij. En daar dan monter over schrijven. — Middas Dekkers

Als leerlinge in de cursus literaire non-fictie van Judith Koelemeijer viel Anne-Goaitske Breteler al op door haar onderkoelde schrijfstijl. Geweldig dat hieruit De traanjagers is voortgekomen. — Frank Westerman

Als scholier werkte Anne-Goaitske Breteler in café De Bûnte Bok in het Friese dorpje Lioessens, voorheen een walvisvaarderscafé. Door het café en de sterke verhalen van de stamgasten raakte ze gefascineerd door het recente walvisvaartverleden. Een verleden waaraan wij tegenwoordig niet graag meer denken, terwijl de walvisvaart in de tijd van de wederopbouw een trotse bijdrage leverde aan de Nederlandse economie en identiteit.

Breteler bezocht een handvol walvisvaarders thuis en beschrijft in ‘De traanjagers’ de herinneringen die zij nog op hoge leeftijd hebben. De sfeer aan boord, de achtergronden en motieven van de vaarders en de avonturen in de havens die onderweg werden aangedaan passeren de revue, evenals de jacht zelf. Talrijke foto’s uit die tijd illustreren haar verhaal.

Zie hier haar eigen uitleg over ‘De traanjagers’ in twee minuten, tijdens de Proza Pitch van Barts Boeken Club:

 

Op 14 juni 2018 is het boek tijdens een feestelijke avond in het Amsterdamse café Thúskomme gepresenteerd. Zo’n dertig oud-walvisvaarders afkomstig uit heel Nederland waren aanwezig bij de boekpresentatie. Voor een impressie van de avond, zie de onderstaande slideshow:

 

Advertenties
Maak je eigen website aan bij WordPress.com
Aan de slag